In drie experimentele vespers beklimmen drie dominees
van deze tijd de kansel

 Binnenkomst

Robbert Janga deed de schriftlezing.
Robbert Janga deed de schriftlezing.

Tilly Faas-Soumeru zong het ‘Onze Vader’
Tilly Faas-Soumeru zong het ‘Onze Vader’

naar overzicht van preken
 

Bij de laatste van de drie experimentele vespers ‘Preek van de Leek’ was de voorganger dhr. Koen Schuiling, in het dagelijks leven burgemeester van de gemeente Den Helder. Het verrassende en de charme van deze vespers is dat de leek, in dit geval dhr. Schuiling het karakter van de dienst bepaalt en de liturgie samenstelt. Dat dit evenals de voorgaande diensten een verrassende dienst zou worden, kwam al direct naar voren bij het begin van de dienst. Geen psalm of gezang als openingslied maar een instrumentele versie van het lied ‘Who wants to live forever’ dat oorspronkelijk door de rockband ’Queen’ werd gezongen maar nu werd uitgevoerd door the Royal Philharmonic Orchestra. Als opening van zijn preek las dhr. Schuiling een gedicht van Jean Pierre Rawie waarna hij vertelde van de worsteling die hij heeft gehad om te ontdekken wat hij wilde vertellen. Uiteindelijk is het een zoektocht geworden naar de uitgangspunten in iemands leven en hoe men probeert daar vorm aan te geven. Na het lied ‘Dank sei Dir Herr’ van Aafje Heynis werd de eerste schriftlezing gelezen, Exodus 32: 1 – 25, het verhaal van de gouden stier en het verbroken verbond. Koen Schuiling gaat voor
Dhr. Schuiling zegt dat hij niet gelooft in de toorn van God, hij gelooft in een God die in je is en je een haarscherp gevoel geeft voor wat goed is en wat fout. In gesprekken met de moeilijkste jongeren in onze gemeente zeggen zij dat ze weten ‘ergens’ fout te zijn. En dan denkt hij ook aan zijn eigen fouten. Vervolgens werd het stuk ‘Kol Nidrei’ van Max Bruch ten gehore gebracht, muziek geïnspireerd op de gebeden bij Yom Kippoer. Dhr. Schuiling vertelt dat dit stuk muziek toen hij het voor het eerst hoorde hem heel erg aansprak en nog steeds doet. Na de tweede schriftlezing, Leviticus 16: 29 – 34 en het gezongen ‘Onze Vader’ vertelt dhr. Schuiling van zijn geloof in een God die levend in je is en die je zegt wat goed is en kwaad. En dat Jezus aan het kruis is gestorven en dat Hij dat voor ons deed. Aan de hand van Joh. 20: 24 – 29 laat hij zien dat de bijbel ons steeds voor houdt hoeveel strijd het kan kosten bij jezelf te komen. Een Bijbelgedeelte dat ons leert dat ‘zien’ ook niet altijd letterlijk is maar ook ‘ervaren’ kan zijn. Tenslotte leest dhr. Schuiling uit de Groningse bijbel Romeinen 14. Een stuk dat hem verstelt doet staan maar waaraan hij niets aan toe wil voegen of toe wil lichten. Wie oordeelt en veroordeelt sluit een ander uit en verbindt niet meer. Zo wil hij niet zijn, hoe vaak hij ook mag falen. Omdat de bijbel soms wat ingewikkeld is geschreven, wordt na deze lezing het lied ‘ik heb dat tedere gevoel’ van en door Herman van Veen ten gehore gebracht, een lied waarin volgens dhr. Schuiling het zelfde staat. Dhr. Schuiling eindigt zijn preek met de vraag ‘wat is geloof’. Wat het geloof van de toehoorders is weet hij niet maar hij heeft ons meegenomen op zijn, om met het gedicht van Jean Pierre Rawie te spreken, ongeweten pad. Hij zegt niet te weten waar dit zal eindigen maar vraagt om niet te oordelen over zijn zoektocht of die van anderen . Laat dit huis een wijkplaats zijn voor al wie zoekt. Bemin ieder die weerloos is en wacht daarmee niet tot het eeuwige leven. Je leeft nu: forever is our today! Na het uitspreken van de Ierse reiszegen, wordt onder het spelen van muziek de collecte gehouden voor de Dak- en thuislozen’ in de gemeente Den Helder. Aan het einde van de versper dankt de ouderling van dienst, dhr. van Lacum allen die aan deze en voorgaande diensten heeft meegewerkt en zegt dat de drie experimentele vespers zullen worden geëvalueerd en dat de hoop bestaat dat deze een vervolg zullen krijgen.