75 jaar bevrijding

Gedenk wat Amalek u gedaan heeft…vergeet het niet.

[Deuteronomium 25: 17, 19]                                                       

In het centrum van Den Haag aan het Spui, waar de Nieuwe Kerk (gebouwd in 1649-1656 gebouwd nadat de Grote Kerk of St. Jacobskerk te klein was geworden) staat, lag vroeger de Joodse wijk ook wel de Buurt genoemd met in de Wagenstraat daarachter de Portugees-Joodse Synagoge. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ±14.000 Joden weggevoerd en zijn er ongeveer 12.000 vermoord. Ter nagedachtenis aan deze gebeurtenis is er aan de rand van de oude Buurt, aan de Marktstraat/Gedempte Gracht een reliëf uit 1967 van beeldhouwer Dick Stins aangebracht. Na de renovatie in 2007 is het weer opnieuw onthuld en heeft het een plaats gekregen in het herdenkingsmonument aan één van de zijmuren van de kerktuin rond de Nieuwe Kerk. Het monument vertoont drie personen, een davidster en de tekst uit Deuteronomium: Gedenk wat Amalek u gedaan heeft… vergeet het niet.

Amalek is dat deel in het geloof van Israël wat te maken heeft met dood en vernietiging. 49 keer wordt Amalek in het Oude Testament genoemd als volk dat Is­raël wil uitroeien, als volk dat daarom onder de hemel niet mag bestaan. In Deuteronomium 25:17-19 horen we: Ge­denk, wat Amalek u gedaan heeft op uw tocht, toen gij uit Egypte getrokken waart; hoe hij u onderweg tegen kwam en al de zwakken in uw achterhoede afsneed, ter­wijl gij vermoeid en uitgeput waart, hoe hij God niet vreesde… Vooral uit dit gedeelte wordt duidelijk waar het in dit verhaal om gaat.

Amalek viel jullie aan toen je vermoeid en uitgeput was, toen je op zoek was naar water en brood, naar een plek in de woestijn om te overleven. Hij viel je van achteren aan en daarbij viel hij nog wel het zwakste van je volk aan, de weerlozen, vrouwen en kinderen, ouden van dagen, vreemdelingen. Amalek is in de bijbel en in de geloofstraditie van Israël het symbool en prototype geworden van de ver­nietigingsdrang van de sterken t.o.v. de zwakken, het symbool van wat wij hebben leren kennen als `fascisme’. En in deze dagen herdenken wij de slachtoffers van dit weerzinwekkend regime en mogen wij vieren dat wij, als volk, 75 jaar geleden van deze Amalek werden bevrijd en gedenken wij allen die door deze Amalek zijn ver­nietigd van­wege hun ras, vanwege hun sexuele geaard­heid, vanwege hun politieke inzet, vanwege hun verzet tegen de ti­rannie van geweld, van rassenhaat, van bloed en bo­dem, van de grote leugen.

Ik herinner me nog heel goed de woorden van burge­meester Deetman van Den Haag, meer dan twintig jaar geleden, toen tijdens een dodenherdenking in het centrum van de stad een pla­quette werd onthuld ter nagedachtenis aan Haagse zi­geuners die door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog waren weggevoerd. Even daarvoor waren in de gemeenteraad van deze stad drie raadsleden beëdigd afkomstig uit de extreemrechtse politieke hoek. “Juist hier, aldus de burgemeester,  komt naar voren waar een dergelijk gedachtengoed op kan uitdraaien. Wie mensen apart zet, zegt niet minder dan: `Voor mij ben jij een mens van een mindere soort.’ Wie mensen apart zet zegt:`Jij hoort hier niet thuis.’ Wie mensen apart zet en de macht in handen krijgt zegt:`Jij hoort hier niet thuis, jij moet weg en verordonneert vervolgens de deportatie en de vernietiging.”

Op woensdag 9 mei 1945 preekte de toen bekende Amsterdamse predikant (later hoogleraar in Leiden) dr. K. H. Miskotte in een dankdienst voor de bevrijding in de Nieuwe Kerk te Amsterdam over psalm 92: “Want zie, Uw vijanden, o Heere, want zie, Uw vijanden zullen vergaan.” Dr. Miskotte: “Gemeente des Heeren, broeder en zuster, landgenoten, menschenkinderen Zie! Zie dan toch op dezen dag, hoe dit alles is vergaan, aan zijn innerlijke onmogelijkheid bezweken. Ja dit alles móést vergaan! Het militaire einde is maar een achterstallige conclusie, een late bezegeling.” Het nationaal-socialisme was volgens Miskotte Gods vijand omdat zo zegt hij in zijn preek: “Omdat deze macht in allen ernst en letterlijk Israël heeft willen uitmoorden. Israël, het teeken van Zijn openbaring.” En Miskotte vervolgt in zijn preek: “Misschien vraagt ge nog: Is de vijand van het volk van Israël ook en als zoodanig de vijand der kerk? Ja! Want het gaat om denzélfden God, tegen Wien de Jodenhaat zich in wezen richtte en als we nog langer onder dit regiem hadden moeten verkeeren, dan waren we er zeker nog getuige van geworden hoe ook de kerk eens aan de beurt zou gekomen zijn, op dezelfde wijze als Israël.”[1] Amalek verdraagt (de God van) de Thora niet.

Wij vieren dit jaar 75 jaar bevrijding en gedenken hen die in de oorlog zijn gevallen en omgekomen. En zij die deze oorlogstijd in Den Helder hebben doorgemaakt hebben aan den lijve ervaren wat het oorlogsgeweld kan betekenen, wanneer bommen en granaten huis en haard vernietigen en dierbaren doen omkomen. De pijn en het verdriet daarover is nog altijd aanwezig in de harten van vele mensen.

Wij gedenken dit jaar 4 mei en vieren 5 mei in dagen waarin wij wereldwijd worden bedreigd door ‘een andere vijand’. Uiteraard is het virus wat nu op aarde rondgaat niet te vergelijken met het oorlogsgeweld toen en nu. Toch voelen velen zich angstig en onzeker en ervaren het rondgaan van dit virus als een ‘vijand’ die ons leven bedreigt en ons samenleven ontwricht. Ook de vele maatregelen die de overheid heeft moeten nemen doen soms denken aan de beperkende maatregelen uit de tijd van de oorlog.

Ge­denk, wat Amalek u gedaan heeft op uw tocht, toen gij uit Egypte getrokken waart; hoe hij u onderweg tegen kwam en al de zwakken in uw achterhoede afsneed, ter­wijl gij vermoeid en uitgeput waart, hoe hij God niet vreesde… Het gedenken van Amalek nu bepaalt ons niet alleen bij ‘Gods vijanden’ toen die zijn vergaan, maar ook bij alle mensenverachting en mensenverkrachting nu, wereldwijd en dichtbij, bij allen die vermoeid zijn en uitgeput, ook zij die op welke wijze dan ook geraakt worden door die ‘andere vijand’, die op een andere manier evenzeer ongrijpbaar lijkt en ons leven dag in en dag uit kan beheersen.

Dat ook wij blijven gedenken opdat de bevrijding (ook die van Godswege) werkelijkheid mag worden in ons leven en gerechtigheid en vrede kunnen wonen in het land.

Den Helder, 1 mei 2020, ds. Roel de Meij Mecima.

[1] Preek gehouden op 9 mei 1945 uit: Dr. K. H. Miskotte, Preken, Verzameld werd 13, Kampen 2008 – blz.377-398