DE ZON GAAT OP – Pasen bij Marcus

 …de zon ging op dat moment op.. Mc 16: 2

Het klinkt zo vanzelfsprekend dat op de Paasmorgen de zon weer opgaat. De zon gaat elke morgen op en dus ook op de Paasmorgen. Maar toch denk ik dat deze woorden in het evangelie meer willen zeggen dan alleen dat het ochtend is geworden en dat de zon opgaat. Marcus gebruikt deze woorden en deze beelden niet voor niets. De vrouwen die naar het graf toegaan zijn de vrouwen die getuige geweest zijn van de kruisiging. En Marcus noemt hen met name. Maria van Magdala en Ma­ria, de moeder van Jakobus, en Salomé. Ze zijn getuigen van de kruisiging. Ze zijn getuigen van de graflegging. Ze zijn getuigen van de ondergang der zon van de duisternis die over hen is gekomen en nu gaan ze op de eerste dag van de week, als de sabbat voorbij is, naar het graf.
En daarom vind ik die woorden…de zon ging op dat moment op.. hier zo veelzeggend. Ter­wijl de vrouwen nog bezig zijn met de dood en geloven in de duisternis, want daarvan zijn ze getuigen, laat Marcus ons hier al horen dat de zon opgaat. De zon die iedere avond bloe­dig rood lijkt te sterven aan de westelijke hemel. De zon die verzinkt in het graf van de nacht en met haar lijkt het leven zelf onder te gaan; maar altijd keert iedere morgen het licht van de wereld terug en schenkt de mensen moed te geloven dat ook voor hen de nacht van het leven voor een nieuwe morgen zal wijken. Alle wegen, en dat zijn er vele, die naar gra­ven leiden, eindigen in droefheid en duister­nis; maar voor de vrouwen, die op paasmorgen onderweg zijn naar het graf van Jezus, gaat de zon op de eeuwige morgen van een licht dat geen ondergang meer kent.
En daarbij moet wel duidelijk blijven dat het hier in het evangelie niet gaat om de kringloop der natuur, opgaan, blinken en ver­zinken. De beelden van de ondergaande zon, die opgaat, worden hier gebruikt om het geheim van de opstanding te verkondigen. Die beelden komen we de hele bijbel door te­gen. Ik noem u het verhaal van Jakob die zijn broer Ezau gaat ontmoeten en in de duisternis van de nacht vecht hij met een onbekende an­der in de rivier de Jabbok en daar krijgt hij de naam Israël, een strijder Gods en aan het slot van dat verhaal horen we …en de zon ging over hem op, toen hij door Pniël was ge­trokken….[Gen. 32:31]. Wanneer hij door het water van dood is heengegaan gaat het licht voor hem op, zoals voor Israël die door het water van de Rode Zee heengaat, waarbij de EEUWIGE hen voorgaat als een vuurkolom in de nacht, als een zon.
De zon ging op! En als de vrouwen bij het graf komen, dan zien ze dat steen is weg gewen­teld, alleen daarmee is hun vraag niet beant­woord wie deze steen heeft weg gewenteld. Ze ontmoeten daar een jonge man met een wit gewaad en deze jongen zegt tegen hen drie din­gen. `Jullie zoeken Jezus de Nazarener, de ge­kruisigde, hij is opgewekt, hij is hier niet. Drie dingen, heel eenvoudig, Jezus, de gekrui­sigde, hij is opgewekt. Hier moeten jullie niet zijn. Jullie moeten gaan naar Petrus en de anderen en jullie moeten tegen hen zeg­gen, dat hij hen voorgaat naar Galilea; daar zullen jullie hem zien! Ook voor hen zal de zon weer opgaan!

 

Ds. Roel de Meij Mecima.