Passie en Pasen 2020

17 maart 2020

Het leven is: een krijgsbanier,
door goed’ en kwade dagen
gescheurd, gevlekt, ontvallen schier,
kloekmoedig voorwaarts dragen!

Men tuimelt wel en wonden krijgt
men dikwijls, dicht’ en diepe;
’t en vlucht geen weerbaar man, die wijgt,
of hem de dood beliepe!

Het leven is: geen vreed’ alhier,
geen wapenstilstand vragen.
Het leven is: de kruisbanier
tot in Gods handen dragen.

(Guido Gezelle 1830-1899)

Beste mensen,

Wij leven als geloofsgemeenschap in deze dagen in quarantaine. Het woord quarantaine: quaranta giorni (veertig dagen), is een van origine medische term die afkomstig is uit het Italiaans ten tijde van de pestepidemie in de 14e eeuw. In deze tijd werden namelijk alle aanmerende schepen verplicht om 40 dagen in de haven stil te blijven liggen, en werd de bemanning daarbij geacht het schip niet te verlaten. Deze maatregel behelst het afschermen van risicobronnen ter vermindering van verspreiding van een infectie.
In onze dagen moeten veel mensen in ´quarantaine´ verblijven vanwege het Coronavirus en de angst en onzekerheid daarover raakt velen, zo niet allen, wereldwijd.

Als geloofsgemeenschap leven wij ook op een andere manier in ´quaranta giorni´ namelijk de 40-dagentijd waarin wij door water en woestijn op weg zijn naar Pasen. Het zijn de dagen dat we naast de vieringen op zondagmorgen vaak extra bijeenkomen voor stilte en gebed tijdens de vespers en ook bij het Coventrygebed. Een periode van inkeer en bezinning waarin wij ons samen voorbereiden op het Paasfeest. Het is dan ook heel bizar dat wij juist in deze dagen niet kunnen samenkomen zoals we dat (al eeuwen) altijd gewend zijn geweest en dat maakt ons onzeker en misschien ook wel bang.

Gisteren sprak ik iemand die voor zijn dagelijkse lezing uit de Heilige Schrift het boek Exodus leest wat dit jaar ook op het oecumenisch leesrooster staat. Hij zei: “Het lijkt wel of we te maken hebben met de tien plagen tegen Egypte ten tijde van Mozes.” Daar kan het op lijken, maar we moeten wel uitkijken hiervan een theologie te maken om te voorkomen dat we gaan geloven dat het de EEUWIGE zelf is die ons het Coronavirus zendt.

Mijn grootvader zaliger van moederszijde is in 1898 geboren in het stadje Sluis in Zeeuws-Vlaanderen wat in deze dagen hermetisch werd afgesloten vanwege de vele toeristen uit België die in Sluis nog naar de kroeg hoopten te kunnen gaan omdat het in eigen land niet meer mogelijk was. Mijn grootvader is groot geworden met Vlaamse dichters en schrijvers en heeft deze traditie ook weten door te geven.

Eén van de bekende dichters is Guido Gezelle uit Damme vlak bij Sluis. Hij was een Vlaamse priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler. Het gedicht en lied bovenaan de brief stond o.a. in het Liedboek voor de Kerken uit 1973 en zal op verschillende plaatsen in den lande en misschien ook in Den Helder wel gezongen zijn. Ik ga het gedicht niet interpreteren. Guido Gezelle getuigt hiermee van zijn geloof in de EEUWIGE, Schepper van hemel en aarde, die hem niet zal laten vallen in goede dagen niet, maar ook niet in kwade dagen.

Wij zullen denk ik gezien de ontwikkelingen rondom het Coronavirus er rekening mee moeten houden dat we als Protestantse Gemeente in Den Helder dit jaar waarschijnlijk het Paasfeest niet kunnen vieren zoals we dat altijd gewoon zijn te doen. Dat is jammer en voor mij als predikant ook heel vreemd. Dat geldt des te meer voor ds. Wilma van Rijn die bezig is een overgang te maken naar een andere gemeente en zeker gehoopt had dit jaar het Paasfeest nog te kunnen vieren in de Bethelkerk. Laten we op dit punt vooral hopen op het goede en geïnspireerd door de Geest creatief zoeken naar wegen om het Paasfeest vorm te geven. Uiteindelijk gaat het verhaal van de Gekruisigde, die voor ons de Levende is, gewoon door. Daar kan geen Coronavirus tegenop.

Laten wij als gemeente juist in deze dagen gebruik maken van de technische middelen die ons gegeven zijn om de onderlinge communicatie in stand te houden en vooral met hen die door dit virus in een isolement dreigen te raken en zich daardoor misschien nog eenzamer voelen dan voorheen. Communicatie heeft ook te maken met communio wat gemeenschap betekent en mensen op afstand nabij brengt.

Ik wil eindigen met enkele verzen uit psalm 46 die voor Maarten Luther in zijn dagen een grote troost waren en die hem ook geïnspireerd hebben tot het lied ‘Een vaste burcht’

God is ons een toevlucht, een sterkte,
hulp in noden hogelijk bevonden.
In dit weten zij wij zonder vrees,
al werd ook de aarde ontwricht,
al werd het gebergte ontzet
tot diep in het hart van de zeeën.
Moge daveren, bruisen de branding,
dat de bergwand schokt als het hoog gaat:
de Heer der heerscharen – hij is met ons,
een burcht is ons de God Jakobs.

Vrede en alle goeds voor de dagen die gaan komen in het geloof en vertrouwen in Hem,
die voor ons wil zijn: Vader, Zoon en Heilige Geest.

Ds. Roel de Meij Mecima.