Nieuwsbrief en Liturgie binnen de Linie

13 oktober 2019

Nieuwsbrief 13-10-2019

Orde van dienst Bethelkerk

Den Helder, 13 oktober 2019

Voorganger : Ds. C. Corporaal

Organist       : Dhr. Peter Baanstra

—————————————————————-

Zingen voor de dienst: Psalm 119: 16, 17 en 18

Welkom door de ouderling van dienst

Voorbereiding

Aansteken van de kaarsen door de diaken

De gemeente gaat staan

Groet en Bemoediging

V.: De Heer zij met u

G.: Ook met u zij de Heer

V.: Onze hulp is in de naam van de Heer

G.: die hemel en aarde gemaakt heeft.

Drempelgebed

Aanvangspsalm 100 verzen 1 en 2

De gemeente gaat zitten

Lied 215 vers 1 t/m 4

Kyriégebed

Zingen Glorialied: lied 713 vers 1, 2, 3, 4

Dienst van het Woord

Gebed

Kinderen gaan naar de nevendienst:

LM 151

1e lezing: Ezechiël 18 vers 1-19

De HEER richtte zich tot mij: ‘Waarom gebruiken jullie in Israël toch het spreekwoord: Als de ouders onrijpe ​druiven​ eten, krijgen de ​kinderen​ stroeve tanden? Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, nooit meer mag iemand bij jullie in Israël dit spreekwoord in de mond nemen! Weet dat alle mensenlevens mij toebehoren: zowel het leven van de ouders als dat van hun ​kinderen​ ligt in mijn hand, en alleen wie zondigt zal sterven. Stel, iemand is ​rechtvaardig. Hij is mij trouw en doet het goede. Aan de offermaaltijden op de bergen neemt hij niet deel en hij vereert de ​afgoden​ van het volk van Israël niet; hij onteert de vrouw van een ander niet, hij maakt haar niet ​onrein, en met een vrouw die ongesteld is heeft hij geen gemeenschap; hij buit niemand uit, geeft de schuldenaar zijn onderpand terug en besteelt niemand. Hij deelt zijn brood met al wie honger heeft, wie naakt is geeft hij ​kleren; hij vraagt geen ​rente​ wanneer hij ​geld​ uitleent of toeslag wanneer hij het terugkrijgt; hij begaat geen ​onrecht​ en geeft een eerlijk oordeel bij onderlinge geschillen; hij houdt zich aan mijn geboden en leeft werkelijk naar mijn voorschriften. Zo iemand is ​rechtvaardig​ en zal zeker in leven blijven – spreekt God, de HEER. Maar stel, hij krijgt een gewelddadige zoon, een ​moordenaar, die alles doet wat zijn vader nooit heeft gedaan. Hij neemt wel deel aan de offermaaltijden op de bergen en maakt de vrouw van een ander ​onrein; wie misdeeld en arm is buit hij uit, hij steelt en geeft wat hij als onderpand heeft gekregen niet terug; hij vereert de ​afgoden, misdraagt zich gruwelijk, vraagt ​rente​ vooraf en toeslag achteraf – moet zo iemand in leven blijven? Nee, hij zal niet in leven blijven: na zo veel ​wandaden​ zal hij zeker sterven, hij heeft zelf de dood over zich afgeroepen. En ook hij krijgt weer een zoon, en deze zoon ziet alle misstappen die zijn vader begaan heeft. Hij ziet ze allemaal, maar volgt ze niet. Aan de offermaaltijden op de bergen neemt hij niet deel, de ​afgoden​ van de Israëlieten vereert hij niet en ook maakt hij de vrouw van een ander niet ​onrein; hij buit niemand uit, hij vraagt geen onderpand wanneer hij iets uitleent en hij besteelt niemand. Hij deelt zijn voedsel met al wie honger heeft, wie naakt is geeft hij ​kleren, wie misdeeld is doet hij geen kwaad, hij vraagt vooraf geen ​rente, of toeslag achteraf. Hij leeft naar mijn voorschriften en houdt zich aan mijn geboden. Zo iemand zal zeker in leven blijven, en niet sterven vanwege de schuld van zijn vader. Maar zijn vader – die een uitbuiter is geweest, die anderen bestolen heeft en zijn eigen ​familie​ heeft benadeeld –, zijn vader zal sterven, door zijn eigen schuld. “Maar,” vragen jullie, “waarom hoeft de zoon niet te boeten voor de schuld van zijn vader?” Die zoon is mij trouw geweest en heeft het goede gedaan, hij heeft zich aan al mijn geboden gehouden en ze nageleefd, dus zal hij zeker in leven blijven!

Zingen lied 984

2de schriftlezing Johannes 4 vers 46-54

Hij ging in Galilea weer naar ​Kana, waar hij van water ​wijn​ had gemaakt. Er was daar een hoveling uit ​Kafarnaüm​ wiens zoon ​ziek​ was. Omdat hij gehoord had dat ​Jezus​ uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar hem toe gekomen, en nu vroeg hij of ​Jezus​ mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. Jezus​ zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’ Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn ​kind​ sterft.’ ‘Ga maar naar huis,’ zei ​Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat ​Jezus​ tegen hem zei en ging weg. En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn ​kind​ in leven was. Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de ​koorts​ verdwenen.’ De vader besefte dat dat het moment was dat ​Jezus​ tegen hem gezegd had: ‘Uw zoon leeft.’ Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten. Dit deed ​Jezus​ toen hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.

Zingen lied 339a

Preek

Orgelspel gevolgd door

Zingen Lied 611 “Wij zullen leven, God zij dank..”

Gebeden en gaven

Dankgebed/voorbeden

Gebeden…iedere bede wordt afgesloten met …tot U bidden wij, (en dan zingen we) Lied 367B

‘Heer, onze Heer, ontferm U over ons’.

Stil gebed/Onze Vader

Inzameling van gaven

Kinderen komen terug:

Zingen HH 524:  1, 3 en 4

Dienst van heenzending en zegen

Slotlied: Lied 725

Zegen met Gezongen amen

 

 

 

 

En na de dienst is er natuurlijk de gelegenheid om de predikant de hand te schudden en gezamenlijk koffie of iets anders te drinken. Allemaal van harte welkom.